Indicativo - Indefinido
Op deze pagina kun je informatie vinden over de pretérito perfecto simple (ook wel indefinido genoemd), wanneer je deze gebruikt, en hoe je deze vervoegt.
Wanneer gebruik je de “Indefinido “?
De pretérito perfecto simple wordt vaak verward met de imperfecto, beide werkwoorden worden gebruikt wanneer je praat in het verleden.Voor ons Nederlanders is het erg lastig om dit onder de knie te krijgen, omdat het Nederlands dit onderscheid niet maakt. Het is een kwestie van oefenen.
De indefinido gebruik je in de volgende situaties;
- Als iets op een specifiek moment of tijdstip in het verleden gebeurde, maar wat nu over is.
Voorbeelden: Fui a una fiesta ayer, el año pasado, el fin de semana pasado, el viernes pasado enzovoorts. - Als je praat over een biografie.
Voorbeelden: Nací en Madrid, estudié en Salamanca.
In langere zinnen wordt de perfecto gebruikt in de hoofdzin, deze zinnen gaan altijd gepaard met een werkwoord in de imperfecto. De bijzaak staat altijd in de imperfecto.
Voorbeelden: Cuando sonó el teléfono yo estaba en la ducha.- De perfecto wordt gebruikt voor opeenvolgende acties die bij elkaar horen in het verleden.
Ella se levantó, se vistió, y salió de la casa.
Het belangrijkste is om te onthouden dat je de perfecto alleen mag gebruiken voor acties in het verleden die zijn afgerond.
Indefinido - regelmatig
Handig is om altijd te beginnen met de regelmatige werkwoorden in de perfecto. In de onderstaande tabel kun je zien wat de vervoegingen zijn voor elk soort werkwoord. De uitgang wordt achter de stam van het werkwoord geplakt. Yo como wordt dus yo comí.
| Werkwoorden eindigend op - | AR | ER | IR |
|---|---|---|---|
| Yo | é | í | í |
| Tú | aste | iste | iste |
| Él, ella, usted | ó | ió | ió |
| Nosotros | amos | imos | imos |
| Vosotros | asteis | isteis | isteis |
| Ellos, ellas, ustedes | aron | ieron | ieron |
Indefinido - onregelmatig
Een overzicht van enkele veelgebruikte onregelmatige werkwoorden in de pretérito perfecto.
| Ir/ser | Estar | Tener | Hacer | Venir | Poder | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Yo | fui | estuve | tuve | hice | vine | pude |
| Tú | fuiste | estuviste | tuviste | hiciste | viniste | pudiste |
| Él, ella, usted | fue | estuvo | tuvo | hizo | vino | pudo |
| Nosotros | fuimos | estuvimos | tuvimos | hicimos | vinimos | pudimos |
| Vosotros | fuisteis | estuvisteit | tuvisteis | hicisteis | vinisteis | pudisteis |
| Ellos, ellas | fueron | estuvieron | tuvieron | hicieron | vinieron | pudieron |
Indefinido - onregelmatige stam
Er zijn verschillende werkwoorden in het Spaans die in de pretérito perfecto een wisseling hebben in de stam. Er zijn 3 groepen te onderscheiden.
1. U
-ar: andar en estar.
-er: caber, poder, poner, saber, en tener.
2. I
-er: hacer, querer.
-ir: venir.
3. J
-er: traer.
-ir: decir, producir, traducir.
Hieronder in de tabel heb ik 3 van deze werkwoorden uitgewerkt. Poner, querer en decir.
| U | I | J | |
|---|---|---|---|
| Yo | puse | quise | dije |
| Tú | pusiste | quisiste | dijiste |
| El, ella, usted | puso | quiso | dijo |
| Nosotros | pusimos | quisimos | dijimos |
| Vosotros | pusisteis | quisisteis | dijisteis |
| Ellos, ellas, ustedes | pusieron | quisieron | dijeron |
Indefinido - onregelmatig - klinkerwisseling
Er zijn ook enkele werkwoorden waarvan de klinker in het werkwoord verandert in de perfecto. Bij dit soort werkwoorden verandert alleen de ik-vorm. Een paar voorbeeldjes;
1. c > qu
Tocar: toqué, tocaste, tocó, tocamos, tocasteis, tocaron.
2. g > gu
Jugar: jugué, jugaste, jugó, jugamos, jugasteis, jugaron.
3. z > c
Cruzar: crucé, cruzaste, cruzó, cruzamos, cruzasteis, cruzaron.
Indefinido - geheel onregelmatig
Dit zijn de werkwoorden waar totaal geen logica in zit maar die gewoon 100% onregelmatig zijn.
Ir/ser: fui, fuiste, fuimos, fuisteis, fueron.
Dar: di, diste, dio, dimos, disteis, dieron.






