Snel Spaans leren? Rotating Header Image

Indicativo - Futuro

Op deze pagina kun je informatie vinden over de indicativo futuro (in het Nederlands onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd), wanneer je deze gebruikt, en hoe je deze vervoegt.

Wanneer gebruik je de “Futuro“?

De futuro is een speciale werkwoordsvorm die wordt gebruikt voor acties die in de toekomst plaats zullen vinden. In het Nederlands kennen we hier geen speciale vervoeging voor maar zeggen we ik ga + werkwoord. Vanzelfsprekend wordt deze vorm gebruikt voor acties in de toekomst, maar er zijn ook nog een aantal andere situaties waarin je gebruik kunt maken van de futuro.

Wanneer je de futuro kunt gebruiken zie je in het onderstaande lijstje:

  • Acties in de toekomst beschrijven.
    Voorbeelden: Mi hermano llegará mañana (mijn broer zal morgen aankomen).
    Pedro se graduará el próximo año (Pedro zal volgend jaar afstuderen).
    Mañana lloverá (morgen zal het regenen).
  • Als je er zeker van bent dat acties in de toekomst plaats zullen vinden.
    Voorbeelden: Terminaré mañana a las ocho (ik weet zeker dat ik morgen om 8 uur klaar ben)
    Je kunt ook zeggen: Voy a terminar mañana a las ocho (ik denk dat ik morgen om 8 uur klaar ben)
  • Retorische vragen en antwoorden in de presente waar men niet zeker van is.
    Voorbeelden: ¿Dónde estarán mis zapatos? (waar zijn mijn schoenen).
    Estarán debajo de la cama (waarschijnlijk zijn ze onder het bed).
  • Si + oorzaak (presente) + gevolg (futuro). Ja, als je dit hebt (geld), zal er dat gebeuren (veel op vakantie gaan).
    Si, tiene horarios regulares, tendrá exito.
    Si, tiene productos de calidad, cenderá mas.
  • Cuando + subjuntivo + futuro. Mogelijke plannen voor de toekomst.
    Cuando tenga coche, iré a Francia (als ik een auto heb, ga ik naar Frankrijk)
    Cuando me toque la lotería, compraré una casa.
  • Beloftes.
    Yo hablaré con él (ik zal met hem praten)

Futuro - regelmatig

De uitgangen van de regelmatige werkwoorden in de futuro worden achter het hele werkwoord geplaatst. Yo hablo wordt dus yo hablaré.

Werkwoorden eindigend op - AR ER IR
Yo é é é
ás ás ás
Él, ella, usted á á á
Nosotros emos emos emos
Vosotros éis éis éis
Ellos, ellas, ustedes án án án

Futuro - onregelmatig

Ook bij de futuro zijn er natuurlijk weer een aantal werkwoorden die niet voldoen aan de standaard regel. De bovengenoemde uitgangen voor regelmatige werkwoorden gelden ook voor de onregelmatige werkwoorden. Bij onregelmatige werkwoorden verandert de stam.

De onregelmatige werkwoorden zijn onder te verdelen in 3 groepen.

1. De laatste klinker valt weg

caber > cabr + uitgang
haber > habr + uitgang
poder > podr + uitgang
querer > querr + uitgang
saber > sabr + uitgang

Bijvoorbeeld: cabré, cabrás, cabrá, cabremos, cabréis, cabrán

2. De laatste klinker wordt vervangen door een “d”

poner > pondr + uitgang
salir > saldr + uitgang
tener > tendr + uitgang
valer > valdr + uitgang
venir > vendr + uitgang

Bijvoorbeeld: pondré, pondrás, pondrá, pondremos, pondréis, pondrán

3. Het werkwoord is helemaal onregelmatig

decir > dir + uitgang
hacer > har + uitgang

Bijvoorbeeld: diré, dirás, dirá, diremos, diréis, dirán

Vond je dit een nuttige post? Deel hem dan!
  • E-mail this story to a friend!
  • Print this article!
  • TwitThis
  • NuJIJ
  • del.icio.us
  • Facebook
  • StumbleUpon