Indicativo - Imperfecto
Op deze pagina kun je informatie vinden over de pretérito imperfecto (ook wel indefinido genoemd), wanneer je deze gebruikt, en hoe je deze vervoegt.
Wanneer gebruik je de “Pretérito imperfecto”?
De imperfecto is een werkwoordsvorm die gebruikt wordt om dingen die plaats vonden in het verleden te vertellen. Omdat het Spaans meerdere verleden tijdsvormen heeft is het soms lastig om het onderscheid tussen de verschillende soorten werkwoorden te vinden. Daarom hier een opsomming met regeltjes wanneer je de imperfecto moet gebruiken.
- Een actie die plaats vond in de verleden tijd, maar je weet niet precies wanneer.
Voorbeelden: comía (ik at).
Aún no lo sabía (dat wist ik nog niet).
Antes vivía en una ciudad pequeña (vroeger woonde ik in een kleine stad). - Wanneer een actie uit het verleden met regelmaat plaats vond, gewoontes uit het verleden.
Voorbeelden: Siempre (cada semana, cada viernes) iba al collegio.
Cada día comía carne.
Todos los días íbamos a la playa - Beschrijvingen.
Voorbeelden: Los romanos vivían en Roma (de romeinen leefden in Rome).
Era un tiempo con muchas guerras (het was een tijd met veel oorlogen). - Wanneer er in het verleden een intentie was.
Voorbeeld: Iba a llamarte pero… (ik wilde je bellen maar..).
Quería decirtelo pero… (ik wilde je zeggen maar..). - Hacía + een tijdsvorm + imperfecto.
Voorbeeld: Hacía 5 años que no venía por Barcelona. - Acties die tegelijkertijd plaats vonden.
Comía y veía la televisión (ik at en keek tv). - Emoties beschrijven uit het verleden.
Voorbeeld: Él estaba muy contento/feliz (hij was heel blij/gelukkig). - In bijzinnen
Voorbeelden: Yo leía cuando entró mi papá (ik las toen mijn vader binnen kwam, let op de hoofdzin staat in de perfecto).
Cuando sonó el teléfono yo estaba en la ducha (toen de telefoon ging was ik in de douche)
Estaba en el banco, cuando llegó María.
Imperfecto - regelmatig
Als je eenmaal weet wanneer je de imperfecto moet gebruiken wordt het makkelijker. In de pretérito imperfecto zitten namelijk weinig onregelmatige werkwoorden. Hier onder de uitgangen van de regelmatige werkwoorden. De uitgang wordt achter de stam geplakt. Yo hablo wordt dus yo hablaba.
| Werkwoorden eindigend op - | AR | ER | IR |
|---|---|---|---|
| Yo | aba | ía | ía |
| Tú | abas | ías | ías |
| Él, ella, usted | aba | ía | ía |
| Nosotros | ábamos | íamos | íamos |
| Vosotros | abais | íais | íais |
| Ellos, ellas, ustedes | aban | ían | ían |
Imperfecto - onregelmatig
Hiep hoi, er zijn maar 3 vormen in de imperfecto die onregelmatig zijn. Je hoeft ze alleen maar even te onthouden. Dit zijn ze; ir, ser en ver.
| Ir | Ser | Ver | |
|---|---|---|---|
| Yo | iba | era | veía |
| Tú | ibas | eras | veías |
| Él, ella, usted | iba | era | veía |
| Nosotros | íbamos | éramos | veíamos |
| Vosotros | ibais | erais | veíais |
| Ellos, ellas, ustedes | iban | eran | veían |






