Indicativo – Presente

Op deze pagina kun je informatie vinden over de presente, wanneer je deze gebruikt, en hoe je deze vervoegt. “Presente” kun je vrij vertalen naar tegenwoordig, present of heden. Officieel heet deze vorm de indicativo presente omdat er ook andere vormen van presente bestaan (bijvoorbeeld de subjuntivo)

Wanneer gebruik je de “presente”?

De presente geeft aan dat de actie plaats vindt in het nu, dit is dan ook de meest gebruikte vorm in het Spaans en hoogst waarschijnlijk de eerste die je leert. Gelukkig voor jullie is dit ook één van de makkelijkste vormen en wordt ongeveer op dezelfde manier gebruikt als in het Nederlands. Onderstaande situaties zijn situaties waarin je gebruik moet maken van de presente;

  • Een actie of vraag die verwijst naar het “nu” – Wat zeg je?
  • Regelmatige acties – Ik drink altijd koffie met 2 klontjes suiker
  • Als je praat over feiten – Varkens kunnen niet vliegen

Presente - regelmatig

De tegenwoordige tijd is de vorm die je het meeste zal gaan gebruiken in het Spaans. Onderstaande uitgangen gelden voor alle regelmatige werkwoorden in het Spaans. Als je het hele werkwoord kent, en daarmee ook de uitgang (dat is altijd -AR, -ER of -IR), kun je met behulp van deze tabel altijd de juiste uitgang weten.
Werkwoorden eindigend op -ARERIR
Yoooo
aseses
Él, ella, ustedaee
Nosotrosamosemosimos
Vosotrosáiséisís
Ellos, ellas, ustedesanenen

Presente - onregelmatig

Een overzicht van enkele veelgebruikte onregelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd.
IrSaberSerPoderPonerQuerer
Yovoysoypuedopongoquiero
vassabeserespuedesponesquieres
Él, ella, ustedvasabeespuedeponequiere
Nosotrosvamossabemossomospodemosponemosqueremos
Vosotrosvaissabéissoispodéisponéisqueréis
Ellos, ellasvansabensonpuedenponenquieren
VertalingGaanWetenZijnKunnenZetten/plaatsenWillen

Presente - onregelmatig - klinkerwisseling

Er zijn meerdere onregelmatige werkwoorden in het Spaans die te maken hebben met een klinkerwisseling. Er zijn 3 soorten klinkerwisselingen.

1. e > ie
Dit zijn werkwoorden waarvan de e verandert in een ie. Voorbeelden van zulke werkwoorden zijn;
-ar: empezar, fregar, pensar, regar en cerrar.
-er: entender, querer en perder.
-ir: mentir en preferir.

2. e > i
Dit zijn werkwoorden waarvan de e verandert in een i. Voorbeelden van zulke werkwoorden zijn;
-ir: elegir, conseguir, freír, medir, reír, repetir, seguir en sonreír.

3. o/u > ue
Dit zijn werkwoorden waarvan de o of u verandert in een ue. Voorbeelden van zulke werkwoorden zijn;
-ar: comprobar, contar, costar, encontrar, jugar, recordar, sonar en volar.
-er: morder, mover, volver en poder.
-ir: morir

Hieronder 3 werkwoorden uitgewerkt. Empezar, pedir en dormir.
e > iee > io/u > ue
Yoempiezopidoduermo
empiezaspidesduermes
El, ella, ustedempiezapideduerme
Nosotrosempezamospedimosdormimos
Vosotrosempezáispedísdormís
Ellos, ellasempiezanpidenduermen

Presente – onregelmatig – medeklinkerwisseling

Er zijn ook werkwoorden waarvan de klinker niet verandert, maar wel de medeklinker. Enkele voorbeeldjes ter verduidelijking;

1. j > g

Proteger: protejo, proteges, protege, protegemos, protegéis, protegen.

2. c > z

Convencer: convenzo, convences, convence, convencemos, convencéis, convencen.

           
Nog geen reacties.

Geef een reactie